Fiscale maatregelen Di Rupo 2013

2013-04-23

Bij de opmaak van de begroting voor het jaar 2013 heeft de regering beslist om de ingrijpende wijzigingen enigszins te vereenvoudigen en op sommige vlakken wat af te zwakken. In een reeks van opeenvolgende artikelen geven we een overzicht van deze fiscale hervormingen. We nemen een aanvang met de voornaamste veranderingen op vlak van personen- en vennootschapsbelasting, en meer bepaald wat de Roerende Voorheffing (RV) betreft.

Voor inkomsten genoten vanaf 1 januari 2013 komt er een algemene verhoging van het tarief van de RV naar 25% (intresten van obligaties, dividenden en royalty’s).

De bijkomende aanslag van 4% op roerende inkomsten boven 20.020,00 Euro wordt afgeschaft.

Interesten op gereglementeerde spaarrekeningen van meer dan 1.880,00 Euro (inkomstenjaar 2013) en “staatsbon Leterme” blijven evenwel onderworpen aan 15% RV. Ook het tarief van 10% RV op liquidatieboni blijft voorlopig behouden, maar zal vanaf 1 oktober 2014 het tarief van 25% RV ondergaan.

Inkomsten uit residentiële vastgoedbevaks worden vanaf 2013 onderworpen aan een RV van 15%.

Wat betreft auteursrechten, blijft de roerende voorheffing op 15% behouden voor kunstenaars van wie de auteursrechten het bedrag van 54.890,00 Euro (inkomstenjaar 2013) niet overschrijden.

De RV herwint haar het bevrijdend karakter voor wat betreft intresten en dividenden. Andere roerende inkomsten dienen echter nog steeds te worden aangegeven. Dit geldt met name voor:

auteursrechten en naburige rechten;
inkomsten uit hypothecaire schuldvorderingen;
de verhuring, verpachting en concessie van roerende goederen;
niet-vrijgestelde lijfrenten;
termijnen voortkomend van overeenkomsten waarbij een recht van gebruik van gebouwde onroerende goederen wordt verleend;
de rente op gereglementeerde spaarrekeningen boven de vrijgestelde schijf van 1.880,00 Euro (inkomstenjaar 2013);
dividenden en intresten van erkende vennootschappen met sociaal oogmerk boven de vrijgestelde schijf in de mate op dat bedrag geen roerende voorheffing werd ingehouden.
Er komt een verlaging van het tarief van de RV op dividenden uit aandelen in KMO’s die werden uitgegeven vanaf 2013. Dit geldt enkel voor inbrengen in geld en bij ononderbroken bezit van de aandelen. Het tarief bedraagt:

De eerste twee jaren: 25% RV;
Het derde jaar: 20% RV;
Vanaf het vierde jaar: 15% RV, ook als de vennootschap in een later stadium kwalificeert als een grote onderneming of geliquideerd wordt.
Tevens werden nieuwe maatregelen inzake kapitaalverhoging en –vermindering tot 1 oktober 2014 voorzien:

Incorporatie van belaste reserves in kapitaal worden belast aan 10% RV;
Bij latere kapitaalvermindering worden de geïncorporeerde reserves als volgt degressief belast:
– De eerste twee jaren: 15% RV op het ogenblik van de incorporatie;
– Het derde jaar: 10% RV;
– Het vierde jaar: 5% RV;
– Vanaf vijfde jaar: 0% RV.

In een volgend artikel besteden we de nodige aandacht aan onder meer de indirecte belastingen en andere fiscale nieuwigheden die de regering Di Rupo I nog in petto heeft.