Begroting 2013: nog meer nieuwigheden in de roerende voorheffing en enkele andere fiscale maatregelen

2013-01-10

Roerende voorheffing

Begin dit jaar werd de ondertussen beruchte bijkomende heffing op bepaalde roerende inkomsten boven 20 020 euro ingevoerd (21 % + 4 %). Dat systeem wordt vanaf 2013 opnieuw afgeschaft. Hier tegenover staat dat het algemeen tarief in de roerende voorheffing stijgt tot 25 %.

Royalty’s en inkomsten uit de verhuring, verpachting of concessie van roerende goederen zullen ook aan 25 % onderworpen worden (tot nu toe slechts aan 15 % onderworpen). Na protest van de culturele sector zullenauteursrechten echter het lagere tarief van 15 % blijven genieten (althans de eerste schijf van ca. 56 000 euro, het gedeelte daarboven wordt meestal als beroepsinkomen beschouwd en progressief belast zoals winsten, baten en bezoldigingen).

De volgende inkomsten worden ook in 2013 nog belast volgens hun oude regime:

de spaarboekjes : eerste schijf van 1 830 euro vrijgesteld, verder belast aan 15 %;
de liquidatieboni, die u verwerft bij de gehele verdeling van het maatschappelijk kapitaal, naar aanleiding van de vereffening van uw vennootschap (10 %);
de Leterme-staatsbons (staatsbons uitgegeven tussen 25 november en 2 december 2011).
De afschaffing van de bijkomende heffing en invoering van een algemeen (hoger) tarief van 25 %, betekent wel dat de RV vanaf 2013 opnieuw bevrijdend is: u hoeft uw roerende inkomsten dan niet langer aan te geven bij uw jaarlijkse aangifte in de personenbelasting.

Voor de roerende inkomsten van 2012 is er een overgangsregime voorzien: hiervoor geldt de aangifteplicht nog wel als cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan: (1) ze zijn onderworpen aan 25 % of aan 21 % RV en de bijkomende heffing van 4 % maar (2) die bijkomende heffing is (nog) niet of niet voldoende ingehouden.

Tenslotte zullen vanaf 2013 ook de dividenden uitgekeerd door residentiële vastgoedbevaks aan de RV onderworpen worden (tarief: 15 %). Deze bevaks moeten voor minstens 80 % beleggen in residentieel vastgoed (onroerend goed bestemd voor bewoning) in de Europese Economische Ruimte. Ook aan de voorwaarden om als residentiële vastgoedbevak erkend te worden, is trouwens gesleuteld: enerzijds is de vereiste minimuminvestering in residentieel onroerend goed van 60 % opgetrokken tot 80 %, anderzijds komen nu vastgoedinvesteringen in de hele Europese Economische Ruime (de EU + IJsland, Noorwegen en Liechtenstein) in aanmerking en niet enkel die in België.

Varia

De premietaks op levensverzekeringen stijgt van 1,1 % naar 2 %.

Buitenlandse levensverzekeringen moeten vanaf aanslagjaar 2013 (in uw volgende aangifte dus al) aangegeven worden.

Het tarief van de notionele interestaftrek wordt verder verlaagd van 3 % tot 2,74 %.

Grote ondernemingen zullen voortaan een belasting van 0,4 % moeten betalen op de tot nu toe vrijgestelde meerwaarden op aandelen.

De bedrijfsvoorheffing bij tijdelijke werkeloosheid bedraagt vanaf 2013: 26,75 % (tot nu toe: 20 %).

De accijnzen op wijn, mousserende wijn, sterke drank en tabak stijgen.